Het is zondagmorgen, half 10. Ik begin met Dorien, een vriendin van mij, aan de wandeling met de honden in het Hemmeland te Monnickendam. Horen we daar een klagelijk gemiauw uit de bosjes komen. Ik besluit even te gaan kijken. Na enig zoeken zie ik daar een klein rood/wit nat zielig katje in de bosjes. Dorien gezegd de honden even in de auto te stoppen en te komen helpen.
Ja hoor het is echt een klein rood/wit nat zielig katje dat daar in de bosjes zit.
Ik roep Dorien te komen helpen, nadat zij de honden weer in de auto heeft gezet duiken
wij de struiken in. Au, au, het zijn stekelige takken. En poezenbeest blijft niet stil zitten met zo’n invasie. Het strooien van wat Rodi worst leidt hem even af, maar net te kort. We vragen mensen die voorbij komen of ze een visnet hebben, maar dat blijkt gelukkig niet nodig, want na ongeveer 15 minuten van worstelen door de struiken en allerlei poezengeluidjes te hebben gemaakt kan ik haar, wanneer ze even de andere kant opkijkt,met een vliegensvlugge greep pakken.
Wel meteen een tand in mijn duim, maar ik laat niet meer los.
Tja, daar sta je dan met een klein rood/wit nat zielig katje. Het moet eten, maar waar haal je op zondagmorgen kattenmelk vandaan. Naar het asiel, waar ze gelukkig aan de schoonmaak waren. Marga, de beheerdster van het asiel hielp mij gelukkig uit de brand. Eerst resuluut Frontline erover, want deze dame had wat extra gasten meegenomen, ook krijgt ze meteen een wormenkuur en ik krijg een blik kattenmelk voor thuis. En nu zit ik dus met 2 boze katten en een gelukkig wat vrolijker katje dan vanochtend. Ze heet Emma, genoemd naar het Hemmeland in Monnickendam. Ze drinkt haar melk gulzig op, blaast soms nog wat tegen iets en niets. Ze vindt Yentl, mijn hond, geloof ik wel aardig, ze blaast er in ieder geval niet tegen.
Morgen naar de dierenarts om te kijken of ze verder niets onder de leden heeft. En dan mag ze gewoon bij mij blijven wonen.